Opvoedingsproject

    Een ridder van mensen

     

    Iñigo was een ridder

    stoer en heel sterk.

    Hij kon goed vechten

    en deed dapper werk.

     

    Plots ging een kogel

    dwars door zijn been.

    Iñigo moest lang rusten

    en voelde zich alleen.

     

    Toen hij lang in bed lag,

    begon hij flink te lezen

    over heiligen en Jezus

    tot hij was genezen.

     

    Weg met het zwaard en schild,

    hij wou een pelgrimskleed.

    Iñigo trok naar het heilig land

    om te doen wat Jezus deed.

                          

    Zijn ideetjes en gedachten

    schreef hij netjes neer

    in een heilig boekje

    Hij las ze telkens weer.

     

    Helpen, bidden, leren

    dat deed hij dag en nacht

    Hij maakte nieuwe vrienden.

    Zijn hart werd goed en zacht.

     

    Iñigo werd Ignatius

    een heel dapper mens

    Niet het grote, maar het kleine

    dat werd zijn diepste wens.

     

    Ignatius wou nieuwe scholen

    voor kinderen met talent.

    Op welke schoolbank zit jij nu?

    Ik denk dat je de naam wel kent!

    Vera Vastesaeger

     

     

    Het leven van Ignatius van Loyola.

    Iñigo Lopez de Loyola wordt in 1491 geboren op het slot Loyola in Baskenland. Als kleine knaap wordt hij aan verschillende Spaanse hoven tot ridder opgeleid. Omdat hij zijn opdracht zo goed doet, mag hij de persoonlijke lijfwacht van de onderkoning van Navarra worden. Soms gaat het er hard aan toe in de duels en gevechten. Hierdoor komt hij wel eens in aanraking met het gerecht.

    Op 21 mei 1521 valt de stad Pamplona in handen van de Fransen. Iñigo vecht mee om Pamplona te verdedigen, maar raakt tijdens de gevechten ernstig gekwetst. Zijn ene been wordt verbrijzeld door een kanonskogel en zijn ander been raakt zwaar gewond. Hij herstel langzaam en verveelt zich. Het enige wat hij heeft zijn wijze boeken. Deze boeken doen hem nadenken over het leven. Hij denkt eraan om zijn politieke dienst op te zeggen en God te dienen. Hoe meer hij erover nadenkt, hoe zekerder hij wordt. Hij komt tot de ontdekking dat God met hem bezig is.  Iñigo verandert zijn leven en wordt een pelgrim. Hij gaat op zoek naar God en vertrekt naar Jeruzalem. Het stappen gaat nog  moeizaam, maar Iñigo zet door. Hij wil naar het land waar Jezus leefde. Onderweg houdt hij regelmatig halt om te rusten en te denken. Af en toe schrijft hij wat gedachten neer in een boekje. De tocht naar Jeruzalem is te zwaar en hij keert terug naar Spanje. Hij is zwaar ontgoocheld in zichtzelf en besluit om opnieuw naar school te gaan. Hij vindt van zichzelf dat hij een tekort aan kennis heeft. Op school spreekt hij met andere studenten over de ‘Geestelijke oefeningen’. Dit boekje schreef hij onderweg naar Jeruzalem. Zo schrijft hij over de ontdekking van God en de zin in zijn leven. De Inquisitie heeft het moeilijk met zijn uitspraken en vindt dat hij niet de nodige vorming heeft om over goddelijke zaken te spreken. Ook nu zet Ignatius door, maar hij wordt gevangen genomen. Ignatius is alles beu en trekt in 1528 naar Parijs. Daar blijft hij zeven jaar. In Parijs maakt hij enkele vrienden. Met Pierre Favre en Francisco de Javier uit Navarra deelt hij een kamer. Nog vier andere jonge mannen sluiten zich bij de vriendengroep aan.

    Ze noemen hun groep de ‘vrienden in de Heer’ en beloven om bij elkaar te blijven. Zo vormen deze zeven mannen het ‘gezelschap van Jezus.’ In Venetië worden ze tot priester gewijd. Ze vragen aan de paus om hen werk te geven.   Ze willen overal naartoe waar hun hulp nodig is. In 1540 wordt de Sociëteit van Jezus officieel goedgekeurd. Ignatius blijft als eerste generaal-overste in Rome. Op 31 juli sterft hij.

     

    Het ontstaan van de jezuïetencolleges

    In die tijd waren er heel wat veranderingen. Dit kwam door de ontdekking van Amerika door Columbus. In Amerika kenden de mensen Jezus en het evangelie niet. Ook in Europa waren de noden groot aan goede verkondiging. Daarvoor had Ignatius trouwens de Sociëteit opgericht. Vele jonge mannen voelden zich aangetrokken en dienden zich aan. Daarvoor waren studiehuizen nodig en om hen, naast de religieuze opleiding, ook intellectueel te vormen. Daarvoor was veel geld nodig. Gelukkig ontbraken de weldoeners niet. Na een tijdje wensten deze voor hun eigen kinderen ook een goede opleiding. Zo ontstonden de ‘colleges’. De ‘catechese’ was er verweven met de studie van de talen en de andere vakken. Ook liefdadigheidsprojecten, feesten, toneelvoorstellingen werden er georganiseerd. Zo groeiden deze colleges uit tot een cultureel, intellectueel en godsdienstig centrum van de stad.

     

     

    Dappere gebedjes

     

    Lieve God,

    help me dapper te zijn

    en mee te zorgen

    voor een fijne klasgeest.

    Help me te blijven oefenen

    in echte aandacht voor elkaar. 

    Zo groeit mijn hart voor anderen

    en volg ik Jezus’ Geest. Amen     

     

     

    Lieve God,

    help me af en toe tijd te nemen

    om na te denken over de voorbije dag.

    Wat vond ik fijn? Wat kon beter?

    Wat heeft me geraakt en blij gemaakt?

    Lieve God,       

    help me mijn handen vouwen en                                                            

    af en toe stil te worden

    om te leren voelen wat echt belangrijk is. Amen

     

     

     

    Via onderstaande link vindt u meer info over het opvoedingsproject van de Vlaamse jezuïetencolleges en de karakteristieken van de jezuïetenopvoeding.

    http://www.jezuieten.org/nl/wat-we-doen/jongeren/jezuietencolleges/opvoedingsproject

    X