In welke kleine dingen ben jij groot? En waarom?

    Jan Berchmans werd een heilig man.

    Zijn korte leven was een wonder.

    Hij was groot in kleine dingen.

    Dat is echt bijzonder.

    Help me ook groeien in dat talent

    en anderen met liefde te omringen.

    Maak me open van hart, lief en attent.

    Help mij ontdekken wat ik kan

    en ik maak er het beste van.

    Vera Vastesaeger

     

     

    In kleine dingen …

     

    Al wat je echt nodig hebt om te leven

    heeft Sint-Jan Berchmans

    ons als voorbeeld gegeven:

    hoe je het verschil kunt maken

    door over je diepste droom te waken

    hoe het kleine van het grote wint

    en je in dankbaarheid de vreugde vindt

    hoe je door met een positieve blik te kijken

    innerlijk kan groeien en het hart verrijken

    hoe je God kan dienen in kleine dingen

    door alles en iedereen met liefde te omringen

    hoe je door dicht bij jezelf te blijven

    veel met ‘libenter’, graag, kan onderschrijven

    Zijn voorbeeld werd hoop en zegen.

    Daarom heeft hij zijn heiligheid gekregen.

    We eren hem dit jaar op meerdere dagen

    om zijn voorbeeld uit te dragen.

    Vera Vastesaeger

     

     


    26 november is een speciale dag voor onze school.

    Dit is de feestdag van Sint-Jan Berchmans.  Gedurende het schooljaar zetten we hem op regelmatige tijdstippen in de kijker omdat hij in 1888 heilig werd verklaard. De kinderen zullen via speciaal uitgewerkte lesmaterialen het levensverhaal van Jan Berchmans ontdekken. In sommige leerjaren is er ook aandacht voor Ignatius van Loyola. Dit is de stichter van de jezuïeten. Ook hiervoor werden lesmaterialen gemaakt.

    Hieronder kan u het levensverhaal van Jan Berchmans lezen.

     

    Het levensverhaal van Sint-Jan Berchmans
     
    Jan werd geboren in Diest op 13 maart 1599. Hij was de oudste van vijf kinderen en groeide op als een gewone jongen. Omdat hij de oudste was, werd hem vaak gevraagd om te helpen in het huishouden. De vader van Jan was schoenmaker en leerlooier. Door zijn drukke job had hij niet zoveel tijd om bij zijn gezin te zijn. Gelukkig kon hij rekenen op de flinke hulp van Jan. Ook op de lagere school was Jan een voorbeeldige jongen. Hij haalde knappe resultaten en wilde graag priester worden. Soms gingen ze met het hele gezin op bedevaart naar Scherpenheuvel. Dat vond hij geweldig.
     
    In 1605, toen moeder ziek werd, nam Jan ook haar taken over en zorgde zo goed als hij kon voor zijn broers en zusjes. Dit lukte een tijdje, maar de gezondheid van zijn moeder verslechterde en de kinderen werden bij familie ondergebracht. Jan was toen tien jaar. Intussen knapte Jan allerlei karweitjes op om een centje bij te verdienen.
     
    In de middelbare school was Jan een uitblinker en zijn droom om priester te worden werd intenser. De zaken van vader gingen niet zo best en er was geen geld meer om de school te betalen. Er zat niets anders op dan Jan van school te halen.
    Hij moest van vader een vak leren om geld te verdienen en het gezin mee te onderhouden. Jan was erg ongelukkig met deze beslissing. Gelukkig kregen ze hulp van de begijnenzusters. Zij waren bereid om met hun spaargeld de studies van Jan te betalen. Ook de bisschop in Mechelen had van Jan gehoord en deed een voorstel. Jan mocht naar een kosthuis om priester te worden. In ruil daarvoor knapte Jan allerlei karweitjes op. Naast poetsen, koken en de tafel dekken, zorgde Jan ook voor de zoontjes van de kasteelheer. Hij leerde ze bidden, bracht ze goede tafelmanieren bij, hielp bij het huiswerk en legde ze te slapen.
    Pas laat in de avond kon Jan aan zijn eigen huis- en studiewerk beginnen. Jan was een echte volhouder. Hij had oog voor kleine dingen en ging dankbaar door het leven. Met die houding maakte hij indruk op velen.
     
    Op een dag vernam Jan dat er een jezuïetencollege in de stad zou komen. Daar wou hij graag naartoe. Tegen de wil van zijn vader deed hij mee aan het toelatingsexamen. Hij haalde zo’n goede resultaten dat hij een plaats in de hoogste klas kreeg. De jezuïeten stelden Jans vader gerust en wilden zijn studie betalen. Jan was een doorzetter en wist heel goed wat hij wou. Toch kreeg hij bij die beslissing veel weerstand. Hij haalde knappe resultaten en speelde mee in grote toneelstukken. Op het einde van het schooljaar schreef hij een brief naar zijn ouders in Diest. Jan was toen zeventien jaar.
     
    In zijn brief liet Jan weten dat hij wou intreden bij de jezuïeten. Zijn vader was razend en hij trok naar de paters in Mechelen. Jan bleef vastberaden en straalde een bijzondere rust uit. Hij voelde zich geroepen en volgde de weg van zijn hart. Hij schreef opnieuw een brief naar zijn ouders. Hij vroeg om hun zegen. Op zijn brieven schreef Jan telkens ‘libenter’ ‘graag’. Na twee maanden kreeg Jan bericht van zijn vader. Moeder was ernstig ziek en zou sterven. Ze hoopte haar zoon nog eens te zien, maar Jan ging niet naar huis. Hij schreef haar een brief.
     
    Zijn vader bleef het moeilijk hebben met de beslissing van Jan om jezuïet te worden. Eerst had hij gehoopt dat Jan een vak zou leren en nadien dat hij priester zou worden in Diest. Maar Jan had nog andere plannen. Omdat hij een ijverige student was, kreeg hij de kans om in Rome naar de kerkelijke universiteit te gaan. In de periode van voorbereiding op de zware reis, overleed zijn vader. Jan hoorde pas later over het overlijden van zijn vader. Hij was erg onder de indruk, maar keerde niet meer naar Diest terug. Hij schreef iedereen een afscheidsbrief en vertrok naar Rome.
     
    Samen met een medebroeder, Bartel, begon hij aan de zware tocht over de Alpen. In de vroege lente kwamen ze oververmoeid aan. Jan studeerde hard aan het college in Rome en legde prachtige examens af. Hij leerde vooral ’s avonds en ’s nachts omdat hij overdag allerlei klusjes kreeg. Tijdens het weekend ging hij prediken over het leven van Jezus. Jan was bijzonder dienstbaar en had aandacht voor de kleinste dingen. Die eenvoud van hart sierde hem en moedigde vele mensen aan. Zijn medebroeders noemden hem ‘frater Glimlach’. Ze gaven hem die bijnaam omdat hij opgewekt en aanmoedigend door het leven ging.
     
    Op 31 mei kreeg Jan droevig nieuws. Zijn vriend, frater Bartel, was gestorven. De vermoeidheid van de lange reis was hem teveel geworden. Jan werd getroffen door een diep verdriet. Bartel was een toffe reismakker en zijn beste vriend. Het afscheid viel hem zwaar.
     
     
    Ook Jan herkende de vermoeidheid en had, net als Bartel, last van hoofdpijn. Ook hij maakte zich zorgen om zijn gezondheid. Door zijn gedrevenheid en drukke agenda raakte hij totaal uitgeput. Jan bleef zich inzetten, maar werd zieker. Hij vocht hard tegen de ziekte, maar genas niet. Toen hij voelde dat er geen hoop meer was, vroeg hij om een kruisbeeld, het regelboekje en een rozenkrans.
     

    Jan stierf op 13 augustus op tweeëntwintig jarige leeftijd. Hij ligt begraven in de kerk van Sant’Iganazio in Rome. Op 15 januari  1888 werd hij officieel heilig verklaard. Jan werd uitgeroepen tot patroonheilige van de schoolgaande jeugd en de studenten.

     

    Op 26 november viert de Kerk, de heilige Jan Berchmans. Zijn hart wordt als relikwie bewaard in de Onze-Lieve-Vrouw van Leliëndaalkerk in Mechelen.

     

    X